Het stedelijk metabolisme wordt bepaald door de vitale stromen die doorheen een stad lopen: lucht, water, voedsel, energie, afval maar ook mensen. Deze stromen gaan de stad in als grondstof en komen eruit als afval. Hiervoor is de stad sterk afhankelijk van het hinterland. Het wordt echter steeds meer en meer duidelijk dat er wat schort aan het stedelijk metabolisme. We worden geconfronteerd met de limieten van het systeem en tegelijkertijd groeit het besef dat we in de toekomst niet meer gebruik kunnen maken van onuitputtelijke voorraden en het afval niet verdwijnt in een bodemloze put. Het is de urgentie die ons dwingt om af te stappen van dit lineaire model en te zoeken naar een model dat het systeem in evenwicht houdt. Op die manier vergroot de stad zijn zelfvoorzienendheid en bouwt het een duurzame relatie met het hinterland op in plaats van het voortdurend uit te putten en te belasten.

Nieuw werkveld

Het stedelijk metabolisme voorziet in de levensbehoeften van de stad en heeft een invloed op het functioneren van de stedelijke constellatie. Het is een complex systeem dat bestaat uit verschillende stromen die een invloed hebben op elkaar waarbij elke stroom zijn eigen infrastructuur heeft die de stad mee vormgeeft. Ontwerpen van en in een stedelijk metabolisme vraagt om een aanpak die uitgaat van het denken in stromen. Vandaag ontwerpen stedenbouwkundigen en (landschaps-)architecten vanuit gebouwde en niet-gebouwde structuren, maar de stromen in het stedelijk metabolisme zijn fysische processen. Het zoeken naar een intermediaire tussen de stedelijke ruimte en het veranderlijke fysische milieu vormt daarbij een belangrijke opgave in de nieuwe ontwerppraktijk. Deze opgave biedt de potentie om het werkveld te verruimen en nieuwe gebieden te verkennen.

Empowerment

Naast het milieu en ruimtelijke aspect heeft het stedelijk metabolisme ook een sociale dimensie. Het stedelijk metabolisme moet de voorzieningen van de stadsbewoners op langere termijn waarborgen. Door de trek naar de stad zullen in de toekomst meer mensen in steden leven en neemt het belang van de zelfvoorzienendheid van de stad toe. Steden bezitten de bestuurlijke flexibiliteit en beslissingsmogelijkheden om ambi- tieuze doelstellingen te agenderen, zoals bijvoorbeeld Leuven Klimaatneutraal 2030. Dergelijke programma’s gericht op transitie kunnen experimenten strategisch inzetten in stedenbouw en met elkaar verbinden om op die manier de stadsbewoners aan te zetten tot nadenken over een duurzame toekomst.

Openbare ruimte

De openbare ruimte is de plaats waar de stromen van het stedelijk metabolisme samenkomen. Het is het actieveld bij uitstek van de stadsbewoner. Een kwalitatieve openbare ruimte faciliteert een meervoudig gebruik en conflictvrije dialoog. Daarnaast wordt de openbare ruimte bepaald door de infrastructuur waarlangs de stromen in de stad bewegen en op die manier de stad mee vormgeven. Het potentieel van het infrastructuurontwerp als sturend principe moet maximaal worden ingezet.

hier kan u de volledige kandidatuurstelling lezen.